Zorgplan Bergpadschool
INLEIDING
Met de afspraken in
dit document geven we vorm aan kwalitatief goed onderwijs. Het zorgplan sluit
aan bij de schoolgids en het schoolplan.
We werken de komende vier jaar aan het invoeren en ontwikkelen van de beschreven
interne onderwijszorg structuur in het kader van de 1-zorgroute.
Het onderwijs zorgplan is een levend document en wordt jaarlijks geëvalueerd en
bijgesteld.
De Bergpadschool
maakt deel uit van het samenwerkingsverband Veere van Weer Samen Naar School (WSNS).
De meeste van onze zorgverbredingactiviteiten staan dan ook in relatie met wat
daarbinnen aan de orde komt (zie Zorgplan WSNS).
Onze deelname aan het samenwerkingsverband WSNS geeft ons de mogelijkheid samen
te werken met andere (speciale) basisscholen.
In
deel 1 beschrijven we de visie van WSNS waar onze school in participeert.
Vervolgens maken we in deel 2 en deel 3 duidelijk hoe we op school gestalte
geven aan de 1-zorgroute.
Daarna geven we in deel 4 informatie over specifieke protocollen en
zorgarrangementen.
Deel 5 geeft informatie over de taken en verantwoordelijkheden van de Intern
Begeleider.
INHOUDSOPGAVE
Deel 1 Visie op zorg
Deel
2 De 1-zorgroute
2.1. De 1-zorgroute in beeld
2.2. Adaptief onderwijs
2.3. Communicatie met ouders
2.4. Algemene afspraken
2.5. Zorgniveaus
Deel
3 De structuur van de zorg
3.1. Handelingsgericht werken met groepsplannen
3.2. De groepsbespreking
3.3. De leerling-bespreking
3.4. De Klassenconsultatie
3.5. Leerlingvolgsysteem
3.6 Methode onafhankelijke toetsen
3.7. Toetsmomenten
Deel
4 Protocollen en zorgarrangementen
4.1. Doorstroming naar de volgende groep
4.2. (Hoog) Begaafde leerlingen
4.3. Dyslexie
4.4. Handelingsgerichte Procesdiagnostiek (HGPD)
4.5. Leerling gebonden financiering
4.6. Langdurig zieke kinderen
4.7. Aanmelding
Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL)
4.8. Schoolmaatschappelijk werk (SMW)
Deel 5 Taken Intern Begeleider
Deel 1: Visie op zorg
Visie en ambities Weer
Samen Naar School (WSNS)
WSNS Walcheren is het
samenwerkingsverband van basisscholen in de gemeente Vlissingen, Middelburg en
Veere. De samenwerking binnen ons verband is erop gericht dat de kinderen die
binnen het samenwerkingsverband naar school gaan de zorg krijgen waar zij recht
op hebben.
Traject afstemming
In het schooljaar 2008-2009 is
de start gemaakt van een gezamenlijk traject op weg naar Passend Onderwijs.
Het belangrijkste doel van WSNS/Passend Onderwijs is om kinderen verantwoord en
kwalitatief goed onderwijs te bieden, zoveel mogelijk binnen de eigen reguliere
basisschool. Binnen WSNS Walcheren is afgesproken dat de scholen het
‘Handelingsgericht Werken’ gaan invoeren. Kern van HGW is de afstemming van het
onderwijs op de onderwijsbehoeften van kinderen. Het zijn de leerkrachten die de
praktijk van ‘afgestemd onderwijs’ binnen de school vormgeven. Intern
begeleiders ondersteunen de leerkrachten op de werkvloer, directies geven
leiding aan de invoering van deze andere manier van werken.
Handelingsgerichte Proces Diagnostiek
(HGPD)
Basisscholen hebben een
zorgstructuur die handelingsgericht is. Deze zorgstructuur betekent dat
leerkrachten in staat zijn om goed te handelen in een situatie die specifieke
aandacht vraagt. De schoolinterne zorg is erop gericht dat leerkrachten hun
onderwijs steeds beter leren afstemmen op wat kinderen nodig hebben. De
internbegeleider (ib.) speelt hierin een belangrijke rol. In voorkomende
situaties kan een beroep gedaan worden op specialisten Handelingsgerichte Proces
Diagnostiek (HGPD).
Zorg Advies Teams (ZAT)
In 2010 zijn in het
basisonderwijs op Walcheren, ZAT ’s geïntroduceerd. Een Zorg Advies Team (ZAT)
is een overleg waarbij de zorg binnen het onderwijs en de buitenschoolse zorg op
elkaar worden afgestemd.
Het werken met de ZAT ’s staat nog in de kinderschoenen en wordt de komende
jaren verder uitgewerkt.
Kwaliteitskringen/netwerken
Binnen de drie deelverbanden
zijn netwerken en kwaliteitskringen ingericht. Ze zijn primair bedoeld als
netwerk voor intern begeleiders om van en met elkaar te leren.
Dyslexieprotocol
We werken met een landelijk
vastgesteld dyslexieprotocol. Dit protocol zorgt er voor, dat op de basisscholen
en de scholen van voortgezet onderwijs op Walcheren dezelfde taal gesproken
wordt als het gaat om dyslexie. Ook regelt het de stroomlijning in de overdracht
van gegevens van kinderen die een grote lees- en/of spellingsachterstand hebben
of bij wie al een dyslexieverklaring is afgegeven. Door het werken met dit
protocol blijft de voortgang van begeleiding van kinderen die kampen met deze
problematiek gewaarborgd. Vanaf 1 januari 2009 hebben de basisscholen een
poortwachter functie voor de zorgverzekeraars,
voor vergoeding van diagnose en behandeling van kinderen met ernstige dyslexie.
Hoogbegaafdheid
Iedere basisschool, iedere
leraar heeft als opdracht om het onderwijs zo goed mogelijk af te stemmen op de
onderwijsbehoeften van leerlingen. De diversiteit tussen de leerlingen is groot
en heeft betrekking op zowel de cognitieve, de persoonlijke (sociaal-emotioneel
en moreel), de motorische en de creatieve ontwikkeling. Leraren hebben dus
behalve een onderwijzende taak ook een opvoedende taak.
De afgelopen jaren is geleidelijk aan bij leraren, scholen en besturen het besef
ontstaan dat onvoldoende mate sprake is van een structureel beleid voor de
begeleiding van kinderen met meer talenten dan gemiddeld. Het gaat hierbij om
kinderen die meer uitdaging en andere vormen van begeleiding nodig hebben dan de
basisschool in veel gevallen biedt.
Sociaal emotionele ontwikkeling
Basisscholen hebben behoefte
aan een structurele aanpak voor sociaal – emotionele ontwikkeling. Binnen de
zorg is op basisscholen al een grote ontwikkeling gerealiseerd ten aanzien van
cognitieve achterstanden/problemen. Om in deze fase zorg verder te verbreden
moeten we ons beleid vooral richten op een structurele aanpak van sociaal –
emotionele problematiek. Binnen het beleid van ons samenwerkingsverband
realiseren scholen pedagogisch didactische mogelijkheden en wanneer nodig ook
orthopedagogische en orthodidactische oplossingen.
Speciaal Basisonderwijs
Doel van het Weer Samen Naar
School beleid is zoveel mogelijk kinderen passende zorg en passend onderwijs te
bieden op de reguliere basisschool.
Hoewel het WSNS beleid basisscholen beter
in staat stelt om met leerlingen met speciale behoefte aan zorg om te gaan, zal
dit niet kunnen voorkomen dat enkele leerlingen meer specifieke zorg nodig
hebben. Het Speciaal Basisonderwijs (SBO) kan deze specifieke zorg bieden.
Binnen de SBO school merken we dat de zorg op de basisschool de laatste jaren
verbreed is. Leerlingen met alleen een didactische achterstand worden niet meer
verwezen. Een Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) -beschikking wordt
alleen gegeven als een leerling op meerdere terreinen extra zorg nodig heeft. De
PCL bepaalt of een leerling voor toelating op het SBO in aanmerking komt.
In samenspraak met de PCL Walcheren en
het onderwijsveld, verzorgt Het Springtij (SBO-school in Middelburg) gedurende
een periode van 26 weken de opvang en begeleiding van leerlingen, die tijdelijk
op een lesplaats buiten de eigen school zijn aangewezen.
Dit gebeurt in een aparte observatiegroep, waarin naast observatie en onderzoek
ook aanzetten voor een behandeltraject opgezet kunnen worden.
De toelaatbaarheid tot deze observatiegroep wordt bepaald door de PCL Walcheren.
Betreffende leerlingen blijven ingeschreven staan op de basisschool en gaan in
principe na 26 weken terug naar deze school. Indien nodig verzorgt het Springtij
in samenspraak met ouders en de basisschool de aanname bij het SBO.
Op basis van een schooljaar kan het Springtij aan 6 leerlingen een
observatieplaats bieden.
Deel 2 De 1-zorgroute
2.1. De 1-zorgroute in beeld
Begrip:
specifieke Onderwijsbehoefte
Algemene onderwijsbehoeften zijn gekoppeld aan de algemene kenmerken van een
leerling. Bijvoorbeeld: deze leerling heeft behoefte aan extra instructie, veel
herhaling en leert hoofdzakelijk via handelend bezig zijn. Deze behoeften zijn
redelijk algemeen geldend. Dus: toepasbaar op een groot deel van de
onderwijssituaties. Ook zijn ze gedurende langere tijd redelijk stabiel van
aard.
Een specifieke behoefte gaat meer de diepte in en is nadrukkelijk gekoppeld aan
een doelstelling (of een set doelen). Stel, het doel is: beheersing van de
begrippen meer/minder/evenveel. De specifieke onderwijsbehoefte is dan
bijvoorbeeld dat een leerling behoefte heeft aan veel concrete voorbeelden
waarin de leerkracht expliciet vragen stelt om de begrippen te oefenen.
Daarnaast heeft de leerling behoefte aan het gelijktijdig uitvoeren van de
vragen van de leerkracht met het bijbehorende materiaal.
2.2. Adaptief
onderwijs
De 1-zorgroute werkt met
zorgniveaus. Alle zorgniveaus zijn terug te vinden in het groepsoverzicht
volgens de 1- zorgroute (de cyclus, zie blz 4).
We werken adaptief volgens de 1-zorgroute: kwalitatief onderwijs voor
iedereen.
2.3. Communicatie met
ouders
De communicatie met ouders over de zorg binnen de 1-zorgroute is een belangrijke
factor.
Binnen handelingsgericht werken is de ouder een gelijkwaardige partner. Bij
uitstek is de ouder ervaringsdeskundige. Ouders worden op het moment dat het
opstarten van een zorgtraject voor hun kind actueel is, expliciet bij dat
zorgtraject betrokken. Bij gesprekken zit de ouder erbij als ervaringsdeskundige
en wordt er gezamenlijk een plan gemaakt.
Voor een aantal aspecten moeten de ouders (schriftelijk) toestemming geven zoals bij het bespreken van een kind met externe instanties, het opstellen van een handelingsplan, aanmelding bij een externe instantie zoals de schoolbegeleidingsdienst het Regionaal Pedagogisch Centrum Zeeland (RPCZ) of de Permanente commissie Leerlingenzorg (PCL).
Voor leerlingen met een rugzak – en of eigen leerlijn wordt een individueel handelingsplan opgesteld. In de toekomst wordt in het groepsplan het ontwikkelingsperspectief en de doelen en evaluaties van de acties beschreven. Voor het gemak spreken we hier nog over een handelingsplan.
Een handelingsplan moet gezien worden als planmatig handelen dat gericht is op een individueel kind en waarbij afgeweken wordt van de reguliere lessen binnen de groep. Ouders moeten schriftelijk toestemming geven voor het gaan werken met een handelingsplan (lees: voor het bieden van speciale hulp door de school). Daarbij worden de ouders gewezen op recht van inzage in de handelingsplannen betreffende hun kind.
2.4. Algemene
afspraken
De leerkracht is
verantwoordelijk voor het groepsoverzicht en het groepsplan. Dit betekent dat in
een groeps- en een leerling bespreking de leerkracht afspraken vastlegt in het
groepsplan. De leerkracht communiceert in eerste instantie met ouders. In
bijzondere gevallen is de ib. bij het gesprek (in onderling overleg).
De ib. is verantwoordelijk voor de planning van groeps - en leerling
besprekingen en andere besprekingen over zorg met externe professionals.
2.5. Zorgniveaus
Zorgniveau 0= basisgroep
In zorgniveau 0 wordt een
groepsoverzicht gemaakt door de leerkracht volgens de werkwijze van de
1–zorgroute.
Zorgniveau 1 =
Incidentele zorg door eigen leerkracht
In zorgniveau 1 wordt n.a.v.
het groepsoverzicht een groepsplan door de leerkracht gemaakt. Ieder groepsplan
wordt structureel besproken in een groepsbespreking in een cyclus van 2 tot 4
keer per jaar.
Het verschil tussen de niveaus 0 en 1 is dat in niveau 0 de zorg is gericht op
de basisgroep terwijl in niveau 1 de aandacht is gericht op kinderen met een
vertraagde of versnelde ontwikkeling. De begeleiding in de groep wordt ook in
niveau 1 door de eigen leerkracht geboden. De leerkracht beschrijft de
onderwijsbehoefte in het groepsplan.
Het gaat hierbij om extra didactische maar ook om pedagogische
onderwijsbehoeften (motoriek, samenwerking, spel, werkhouding, druk gedrag, etc.).
Zorgniveau 2 =
Interne zorg en externe consultatie
In zorgniveau 2 geeft
de leerkracht aan dat de ondersteuning van de leerling in de subgroep 1 of 2
niet voldoende is, zoals uitgevoerd in de afgelopen periode volgens het
groepsplan. Deze leerling wordt besproken in een leerling-bespreking.
Naar aanleiding van deze leerling-bespreking wordt er al dan niet besloten tot:
-didactisch/diagnostisch onderzoek door interne deskundigen
-aanpassing onderwijsbehoefte in bestaande subgroep
-inzet orthotheek materialen
-externe consultatie
Na een periode van 6-8 weken worden bovenstaande acties geëvalueerd en besloten
of externe zorg ingeroepen moet worden. (zorgniveau 3)
Belangrijke
afspraken worden gecoördineerd door de ib.
Voorwaarden:
-de leerkracht en intern begeleider hebben goed inzicht in wat op school
aanwezig is en hoe het materiaal gebruikt kan worden
-de leerkracht kan door haar klassenmanagement en kennis van materialen de
specifieke onderwijsbehoefte toepassen in het groepsplan
Zorgniveau 3
(categorie 2 leerling uit het zorgprofiel) = inroepen van externe zorg )
Voorwaarden:
-hulpvraag van de leerkracht
moet helder zijn ( zijn er interventies nodig)
-de ib. moet hulpvraag kunnen verantwoorden en vaststellen
-op basis van de professionaliteit /deskundigheid van de leerkracht bepaalt de
ib. of deze leerlingen geplaatst wordt in categorie 3
In zorgniveau 3 wordt externe zorg ingeroepen. Nadat de leerling besproken is in
een leerling-bespreking wordt besloten of, en zo ja welke externe deskundige
verder onderzoek gaat doen. Na dit onderzoek wordt besproken wat de leerling
nodig heeft aan ‘extra ondersteuning’. Op schoolniveau wordt besloten welke
plaats deze leerling krijgt binnen het groepsplan (extra groep).
In het geval van gedragsproblematiek blijkt consultatie een adequaat middel te
zijn. In een aantal gevallen zal besloten worden tot het volgen van een eigen
leerlijn. De inhoud van deze leerlijn en de consequenties voor wat betreft het
te verwachten eindniveau worden met de ouders besproken en vastgelegd.
Zorgniveau 4= externe
zorg (uitvoerende fase)
In zorgniveau 4 wordt de
‘extra externe ondersteuning’ in gang gezet en wordt deze leerling met het
nodige eigen aanbod geplaatst binnen de 1-zorgroute (extra groep).
Na zorgniveau 3 dient de school een afweging te maken bijv. : eigen leerlijn
/minimumdoelen, doubleren, diagnostiek cluster 4 rugzakindicatie nodig,
verwijzing binnen samenwerkingsverband ander BAO of SBO enz.
Zorgniveau 5=
verwijzing Speciaal Basis Onderwijs / Speciaal Onderwijs / andere basisschool /
zorgarrangement / zorginstantie
In zorgniveau 5 wordt het
proces van verwijzen vorm gegeven. Dit kan definitie of van tijdelijke aard
zijn.
Voor het overgrote deel van de kinderen in het samenwerkingsverband voldoen
zorgniveau 1 t/m 4. Voor een aantal leerlingen is aanvullende zorg nodig. Dit
noemen we zorgniveau 5.
Deel 3 De structuur van de zorg (elementen van de 1-zorgroute)
3.1. Handelingsgericht
werken met groepsplannen
De kern van de 1-zorgroute
bestaat uit handelingsgericht werken met groepsplannen. De leerkracht doet dat
in de groep met behulp van twee instrumenten: groepsoverzichten en
groepsplannen.
De stappen die worden doorlopen zijn:
1) evalueren vorig groepsplan en verzamelen gegevens
2) selecteren van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften
3) benoemen van specifieke onderwijsbehoeften
4) clusteren van leerlingen met gelijke specifieke onderwijsbehoeften
5) opstellen van het groepsplan
6) uitvoeren van het groepsplan
De stappen 1 t/m 3 worden in het groepsoverzicht vermeld. De stappen 4 t/m 5
komen in het groepsplan terug. Dit plan bestaat uit: subgroepen, doelen, aanpak,
organisatie en evaluatie.
Het verschil met gangbare plannen is dat in de 1-zorgroute groepsplannen
aansluitend aan elkaar zijn en dat alle leerlingen er een plek in hebben. Één
leerling is óók een groepje binnen het groepsplan. Als het echt niet anders kan,
wordt er een individueel plan opgesteld dat als aanhangsel aan het groepsplan
wordt toegevoegd.
3.2. De
groepsbespreking
Een groepsbespreking is het
moment waarop leerkracht en ib. samen kijken naar de cyclus van HGW met
groepsplannen. Per schooljaar wordt de cyclus meerdere keren doorlopen,
afhankelijk van het vakgebied. De groepsbespreking draait om de hele groep, maar
leerlingen worden al wel geselecteerd voor de leerling-bespreking.
Tijdens een groepsbespreking worden de stappen van HGW systematisch doorlopen:
Stap 1: Evaluatie
vorige groepsplan en verzamelen gegevens in het groepsoverzicht
- zijn de doelen behaald? ja
/ nee, wat is daarvan de oorzaak?
- is de evaluatie aanleiding om straks nog andere kinderen te selecteren?
- zijn de gegevens voldoende uitgebreid en gespecificeerd indien nodig?
Stap 2:
Selecteren van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften
- Welke aandachtspunten zijn
voor de hele groep?
- zijn de juiste leerlingen geselecteerd?
Stap 3: Benoemen
van specifieke onderwijsbehoeften
- zijn de onderwijsbehoeften
voldoende specifiek benoemd?
- zijn de onderwijsbehoeften in relatie tot de doelen benoemd?
Stap 4:
Clustering van leerlingen met gelijke onderwijsbehoeften
- welke leerlingen worden
geclusterd op grond van welke doelen/welke aanpak?
- komt de clustering in voldoende mate tegemoet aan alle onderwijsbehoeften?
Stap 5: Opstellen
van het groepsplan
- hoe worden de doelen per
subgroep geformuleerd?
- wat is de aanpak van elke subgroep?
- hoe is de organisatie van de aanpak?
- hoe worden de doelen geëvalueerd?
De groepsbespreking kent een heldere rolverdeling: de internbegeleider is
verantwoordelijk voor een goede begeleiding aan de leerkracht. Zij komt hiermee
nadrukkelijk in de rol van coach. De leerkracht is verantwoordelijk voor een
goede uitvoering.
Aan het einde van de groepsbespreking maakt de leerkracht zijn groepsplan af en
begint met de uitvoering ervan. De ib. voert een klassenconsultatie uit om de
leerkracht feedback te geven op de uitvoering van zijn groepsplan.
3.3. De
leerling-bespreking
Bij de leerling-bespreking
staat het individu centraal, de leerling dus. Deze wordt aangemeld door de
leerkracht met een duidelijke hulpvraag en voorzien van belangrijke informatie
Grofweg zijn er vier redenen om een leerling aan te melden in de
leerling-bespreking:
1.de onderwijsbehoeften zijn niet helder (didactische reden op school);
2. de onderwijsaanpak kan niet worden vormgegeven (organisatorische reden op
school);
3.er zijn vermoedens van een stoornis (pedagogische reden op school);
4.er zijn vermoedens van problemen in de thuis- of buurtsituatie (pedagogische
reden thuis).
De vragen 3 en 4 zijn meer 'verwijzingsvragen'. Tijdens de leerling-bespreking
wordt gekeken welke strategie bewandeld moet worden om de vermoedens te
bevestigen of te ontkrachten. Er kan besproken worden welke opties en welke
argumenten in een oudergesprek moeten en kunnen worden ingebracht.
De vragen 1 en 2 zijn het meest dynamisch en sterk handelingsgericht. Het zijn
namelijk vragen waarvoor binnen de leerling-bespreking een antwoord kan worden
gevonden. Dat antwoord wordt gevonden door in te zoomen op beschermende en
belemmerende factoren in de leerling, de groep, de leerkracht en het gezin. Als
vanuit het totaalbeeld een heldere doelstelling wordt geformuleerd is dit de
richting van waaruit de onderwijsbehoeften worden bepaald. De beschermende en
belemmerende factoren zijn ook van belang bij het vaststellen van de (on)mogelijkheden
van een hierbij passende onderwijsaanpak.
Blijven er nog vragen, dan kan worden besloten om bij blijvende onduidelijkheid
de orthopedagoog van de schoolbegeleidingsdienst te consulteren en of
diagnostiek te plegen. Dit kan binnen de school plaatsvinden in de HGPD
begeleiding, maar ook daarbuiten. Bij blijvende problemen bij het vormgeven van
de onderwijsaanpak kan begeleiding/ consultatie van de schoolbegeleidingsdienst
of andere externe deskundige worden ingeroepen. Diagnostiek en begeleiding zijn
handelingsgericht, dat wil zeggen: gericht op oplossingen waarmee de leerkracht
en de ouders verder kunnen.
3.4. De
klassenconsultatie
Een klassenconsultatie heeft
tot doel om de leerkracht te professionaliseren in het aansturen van de
onderwijsleerprocessen in zijn groep.
Binnen de 1-zorgroute staat het werken met groepsplannen centraal. Hierin is
onder andere vastgelegd hoe de leerkracht differentieert, hoe hij omgaat met de
diverse onderwijsbehoeften in zijn groep en hoe hij dat organiseert. Het plan is
dus de basis van het handelen van de leerkracht.
De klassenconsultaties worden gesystematiseerd door de observatiepunten vast te
leggen in een observatielijst. Vaak bevat deze lijst nog meer punten dan alleen
het omgaan met het groepsplan. Zo kunnen er ook afspraken betreffende de wijze
van instructie geven in worden opgenomen of de manier waarop het zelfstandig
werken moet worden vormgegeven. Kortom: schoolafspraken over hoe de
onderwijsleerprocessen in de groep moeten zijn, worden hierin opgenomen. Ook kan
er worden gekeken naar de betrokkenheid van leerlingen. Per slot van rekening is
het zo dat als de onderwijsbehoeften en de onderwijsaanpak goed bij elkaar
aansluiten dit zou moeten leiden tot een grotere betrokkenheid van
alle leerlingen.
3.5. Leerlingvolgsysteem
Het leerlingvolgsysteem is een
concreet hulpmiddel voor leerling- en schoolevaluatie. Het bestaat uit een
samenhangend geheel van gestandaardiseerde toetsen op gebied van lezen, rekenen
en spellen. De resultaten van deze toetsen worden verzameld met behulp van het
digitale leerlingvolgsysteem Parnassys.
Ook voor wat betreft de sociaal emotionele ontwikkeling wordt de ontwikkeling
van de kinderen gevolgd. In de groepen 1 en 2 wordt de gedragsontwikkeling
gevolgd met de Kijklijst van het RPCZ en in de groepen 3 t/m 8 hanteren we
daarvoor de EGGO
gedragsobservatie kaarten van Pravoo.
Het leerlingvolgsysteem is bedoeld als aanvulling op de dagelijkse
voortgangscontrole door de leerkracht van de leerlingen. Doorgaans twee keer per
jaar kan per ontwikkelingsgebied vastgesteld worden:
- of de leerlingen voldoende vooruitgang boeken
- of de leerstof op het niveau van de leerling is afgestemd
- welke leerlingen extra hulp nodig hebben
- of er aanwijzingen zijn voor verbetering van het onderwijsgedrag
- welke onderdelen van het onderwijsprogramma voor verbetering in aanmerking
komen.
3.6. Methode
onafhankelijke toetsen:
zie schoolgids
3.7. Toets
momenten
Deze zijn vastgelegd in de
toetskalender van onze school. De ib. maakt de toetsplanning. De
groepsleerkrachten nemen de toetsen af, bespreken de resultaten in de groeps-
en/of leerling-bespreking met de ib. en registeren de resultaten in het
leerlingvolgsysteem.
Deel 4 Protocollen en zorgarrangementen
4.1. Doorstroming naar
een volgende groep
Dit stuk geeft informatie
over:
-de vastgestelde richtlijnen die wij gebruiken bij verplaatsingsbesluiten (‘over
gaan’ en ‘zitten blijven’).
-de afspraken van de te volgen procedure bij verplaatsingsbesluiten.
Richtlijnen groep 1
-De ontwikkeling van het kind op verschillende gebieden, zoals in de
ontwikkelings registratielijsten van KIJK ingevuld is verlopen
leeftijdsadequaat.
-De CITO resultaten (rekenen en taal voor kleuters) zijn ten minste voldoende.
De score is minimaal een C.
-We maken een uitzondering bij kinderen die een verlengde kleuter periode
doorgemaakt hebben. Bij deze kinderen wordt 1 jaar van de werkelijke leeftijd
afgetrokken bij de beoordeling of de ontwikkeling leeftijdsadequaat verloopt.
Procedure groep 1
-Een kind waarvan uit de KIJK- lijst blijkt dat de ontwikkeling niet
leeftijdsadequaat verloopt, wordt besproken in de groepsbespreking en/of
leerling-bespreking met de ib. Vervolgens wordt een plan van aanpak opgesteld.
-Binnen 2 weken na het gesprek informeert de leerkracht van het betreffende kind
de ouders over de ontwikkeling van het kind en het plan van aanpak.
-In Januari wordt het kind weer besproken in de groepsbesprekingen/of
leerling-bespreking met de ib. en ook in de voortgangsbespreking met het team.
De KIJK-lijst is ingevuld en de CITO- scores zijn bekend tijdens de bespreking.
Aan de hand van de scores wordt het plan van aanpak (al dan niet vernieuwd)
voortgezet. De leerkracht zal de ouders hiervan op de hoogte stellen. Verder zal
de leerkracht de ouders binnen 2 weken vertellen dat in mei bekeken zal worden
aan de hand van de KIJK-lijst welk advies de school geeft t.a.v. doorstroming
naar de volgende groep.
Richtlijnen groep 2
-De ontwikkeling van het kind op verschillende gebieden, zoals in de
ontwikkelings registratielijsten van KIJK ingevuld is, verloopt
leeftijdsadequaat.
-De CITO resultaten ( rekenen en taal voor kleuters) zijn ten minsten voldoende.
De score is minimaal een C.
-Het ingevulde groep-3-rijpheidsprotocol van PRAVOO laat een score zien, waaruit
blijkt dat langer in groep 2 blijven nadelig is.
-We maken een uitzondering bij kinderen die een verlengde kleuterperiode
doorgemaakt hebben. Bij deze kinderen wordt 1 jaar van de werkelijke leeftijd
afgetrokken bij de beoordeling of de ontwikkeling leeftijdsadequaat verloopt.
Procedure groep 2
-Een kind waarvan uit de KIJK- lijst blijkt dat de ontwikkeling niet
leeftijdsadequaat verloopt, wordt besproken in de groepsbesprekingen/of
leerling-bespreking met de ib. Vervolgens wordt een plan van aanpak opgesteld.
-Binnen 2 weken na het gesprek informeert de leerkracht van het betreffende
kind, de ouders over de ontwikkeling van het kind en het plan van aanpak.
-In Januari wordt het kind weer besproken in de groepsbesprekingen/of
leerling-bespreking met de ib. en in de voortgangsbespreking met het team. De
KIJK-lijst is ingevuld en de CITO- scores zijn bekend tijdens de bespreking. Aan
de hand van de scores wordt het plan van aanpak (al dan niet vernieuwd)
voortgezet. De leerkracht zal de ouders binnen 2 weken hiervan op de hoogte
stellen. De leerkracht vertelt de ouders dat in mei aan de hand van het groep
–3-rijpheidsprotocol van PRAVOO (dat de leerkracht invult) en de KIJK- lijst
bekeken zal worden welk advies de school geeft t.a.v. doorstroming naar de
volgende groep.
Richtlijnen groep 3
t/m 8
-De ontwikkeling van het kind op verschillende gebieden, zoals in het
sociaal-emotioneel leerlingvolgsysteem ingevuld is, verloopt leeftijdsadequaat.
-De CITO resultaten ( zie toetskalender ) zijn ten minsten voldoende. (minimaal
C- score)
-De Leestoets resultaten zijn ten minste voldoende (zie minimum doelen technisch
lezen).
-De resultaten van alle vakgebieden en de werkhouding zijn voldoende. We
hanteren hiervoor de handleidingen en toetsen van de gebruikte methodes.
-Bij de beoordeling of de ontwikkeling leeftijdsadequaat verloopt maken een
uitzondering bij kinderen die een verlengde kleuter periode doorgemaakt hebben
of een jaar gedoubleerd hebben. Bij deze kinderen wordt 1 jaar van de werkelijke
leeftijd afgetrokken.
Procedure groep 3
t/m 8
-Een kind waarvan uit registratieformulieren van gebruikte methodes blijkt dat
de ontwikkeling niet leeftijdsadequaat ( onder of boven verwachting ) verloopt,
wordt besproken in de groepsbespreking en/of leerling-bespreking met de ib-er
voor een plan van aanpak.
-Binnen 2 weken na het gesprek informeert de leerkracht de ouders over de
ontwikkeling van het kind en het plan van aanpak.
-In Januari wordt het kind weer besproken in de groepsbespreking en/of
leerling-bespreking met de ib. en in de voortgangsbespreking met het team. Zowel
de ingevulde formulieren voor de voortgangsbespreking als CITO- scores zijn
bekend tijdens de bespreking. Als de scores onvoldoende zijn of zeer goed, wordt
het plan van aanpak (al dan niet vernieuwd) voortgezet. De leerkracht zal de
ouders binnen 2 weken hiervan op de hoogte stellen. De leerkracht vertelt de
ouders dat in mei bekeken wordt welk advies de school geeft ten aanzien van
doorstroming naar de volgende groep.
4.2. (Hoog) Begaafde
leerlingen
Ons uitgangspunt is dat een
kind lekker in zijn vel moet zitten. Dat houdt in dat een kind zich veilig
voelt, vertrouwen in zichzelf en anderen heeft, een positief zelfbeeld heeft en
sociale contacten kan opbouwen en onderhouden. Belangrijk is dat zowel
ingespeeld moet worden op sociaal-emotionele factoren (indien dat nodig is) als
op leerstofinhoudelijk gebied.
Signaleren/
Diagnosticeren
Naast de wijze van signalering op onze school beschreven in deel 2, gebruiken we
het volgende observatie instrument: SiDi R, Protocol voor signalering en
diagnosticeren van intelligente en (hoog) begaafde kinderen in het primair
onderwijs.
We kiezen allereerst
voor compacten en verrijken, bij uitzondering kunnen we na overleg met de ib.
en/of externe adviezen kiezen voor versnellen van de leerstof. In een
groepsbespreking en/of leerling-bespreking worden afspraken gemaakt over de
begeleiding.
Bij het compacten en verrijken van de rekenlessen maken we gebruik van het
Stichting leerplanontwikkeling (SLO) Compacting programma.
Daarnaast werken we op onze school met een plusklas. De kinderen in deze groep werken met de Pittige Plustorens. Zie voor meer informatie de schoolgids.
We leggen vast welke
verrijkingsactiviteiten er in de groepen gebruikt kunnen worden.
Een bijlage met aanwezig verrijkingsmateriaal is op school aanwezig.
4.3. Dyslexie
In dit protocol is
vastgelegd hoe op onze school lees- en spellingonderwijs wordt gerealiseerd, hoe
leerlingen in hun lees- en spellingontwikkeling worden gevolgd en welke
interventies ingezet kunnen worden.
Daarnaast geven we aan hoe we de begeleiding van leerlingen vastleggen en hoe de
communicatie met ouders verloopt. Ten slotte noemen we procedures die school
hanteert.
Voor een optimale
begeleiding van leerlingen met lees- en/of spellingproblemen en/of dyslexie en
voor de onderkenning van dyslexie is het van groot belang dat er een dossier is
met daarin de overzichten van de afgenomen toetsen, de gepleegde interventies en
de eventuele aanpassingen in het onderwijs.
De groepsleerkracht is verantwoordelijk voor het lezen, bijhouden en aanvullen
van het leerling-dossier met alle relevante toets- en interventiegegevens.
De kinderen met een
dyslexieverklaring kunnen dispensatie/ compensatie krijgen (het kan gaan om
vergroten van teksten, minder leerstof maken, tijdverlenging, mondeling taal
maken, duo lezen of voorlezen met allerlei vakken, gebruik van laptop en bv.
spellingcontrole bij stelopdrachten, spelfouten bij andere vakken niet
aanstrepen, werk kopiëren zodat weinig tijd verloren gaat met overschrijven).
De begeleiding van kinderen die zwak zijn met lezen en/of spelling, maar geen
dyslexie verklaring hebben, wordt in een groepsbespreking en/of in een
leerlingenbespreking bekeken. Van de uitkomsten van deze bespreking wordt een
verslag gemaakt.
Het betrekken van de leerling en ouders bij het maken van een plan en het
inzetten van een interventieprogramma zijn belangrijk. Bevindingen en het plan
worden vastgelegd in het groepsoverzicht en groepsplan.
Groepen 1 en 2
Het onderwijs in geletterdheid
begint in de kleutergroep. We gebruiken de methode Leeshuis.
Door het aanbieden van allerlei boeken en door het geven van opdrachtjes met
boeken aan de kinderen, stimuleren we lees- en kijk plezier.
De ontwikkeling op het gebied van de geletterdheid volgen we met behulp van het observatie en registratiesysteem KIJK en Cito Taal voor kleuters M1 en M2. Op grond van de observatiegegevens van de Kijk-lijst organiseert de leerkracht in groep 1-2 de specifieke activiteiten voor de kinderen. Naast diverse lessen lees-taalontwikkeling in de kring krijgen de kinderen minimaal 1 keer per week een specifieke opdracht aangeboden met betrekking tot beginnende geletterdheid. Maandelijks komt elk kind aan de beurt om te werken met de Meervoudige Intelligentie (M.I.) kist Taalknap.
Mogelijke
remediërende materialen/ interventies ten aanzien van beginnende geletterdheid
in groep 1 en 2:
Inzetten interventies uit het Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor de groepen
1 en 2
Inzetten van de interventie ‘de voorschotbenadering’
Braams, T. & Smits, A. (2006) Dyslectische kinderen leren lezen.
Amsterdam: Boom.
Materiaal van de methode “Leeshuis”
Materiaal van de methode “de Leeslijn”
Basboeken en Basplaten.
Logo-Art map.
Computerprogramma Schatkast.
Computerprogramma Klankie.
Prentenboeken
Voorleesboeken
Diverse materialen met letters
Groep 3
Lezen:
In groep 3 werken we met de methode Leeshuis. We werken conform de aanwijzingen
in de handleiding.
Daarnaast plannen we tijd in voor zelfstandig lezen, duo lezen en/ of tutor
lezen. Bij dit alles verzorgt de leerkracht een miniles, waarbij boekpromotie
centraal staat.
De kinderen kiezen boeken uit de klassenbibliotheek of de bibliotheek bus.
Voor de afname van de methode gebonden toetsen hebben we afspraken gemaakt
beschreven in het Kwaliteitshandboek Bergpadschool.
Daarnaast toetsen we in groep 3 met de herfstsignalering van Leeshuis, AVI en
Cito DMT en Cito woordenschat.
Er zijn in groep 3 vier meetmomenten.
Spelling:
In groep 3 werken we met de methode Leeshuis, conform de aanwijzingen in de
handleiding.
Aan het eind van groep 3 toetsen we met het P.I. dictee.
Mogelijke
remediërende materialen/ interventies ten aanzien van lezen in groep 3:
Inzetten interventies uit
Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor groep 3
Inzetten van de interventie ‘Connect Klanken en Letters’ , ‘ Çonnect
woordherkenning’ en ‘Connect Vloeiend lezen’.
Braams, T. & Smits, A. (2006) Dyslectische kinderen leren lezen.
Amsterdam: Boom.
Materiaal van de methode Leeshuis.
Materiaal van de methode de Leeslijn.
Op verschillende manieren oefenen: Visueel, Auditief, Kinetisch en Tactiel (VAKT)
Wisselrijen
Flitskaarten
Lettergroeplezen
Diverse computerprogramma ’s
Groep 4 t/m 8
Lezen:
In groep 4 werken we met de methode Leeshuis. In de groepen 5 t/m 8 werken we
met de methode Estafette. We werken conform de aanwijzingen in de handleiding.
Daarnaast plannen we tijd in voor zelfstandig lezen, duo lezen en/ of tutor
lezen. Bij dit alles verzorgt de leerkracht een miniles, waarbij boekpromotie
centraal staat.
De kinderen kiezen boeken uit de klassenbibliotheek of bij de bibliotheekbus.
Vanaf groep 6 houdt elk kind een boekbespreking over een boek dat het thuis
gelezen heeft.
We toetsen in deze groepen met AVI, Cito DMT, Cito Luisteren, Cito Begrijpend
lezen, Cito Entreetoets groep 6 en 7.
Spelling :
In de groepen 4 t/m 8 werken we met de methode Taaljournaal. We werken conform
de aanwijzingen in de handleiding.
In groep 4 toetsen we met het P.I. dictee (zie toets kalender).
In de groepen 5 t/m 8 toetsen we met Cito Spellingvaardigheid, Cito Entreetoets
groep 6 en 7 (zie toets kalender).
De ib. neemt bij kinderen met onvoldoende spellingvaardigheid het P.I. dictee
af.
Mogelijke
remediërende materialen/ interventies ten aanzien van lezen en spelling in groep
4 t/m 8:
We hebben voor de groepen 4
t/m 8 afspraken gemaakt over interventies voor kinderen die de spelling
onvoldoende beheersen. Deze zijn beschreven in ons Kwaliteitshandboek.
Inzetten van
interventies uit Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor de groepen 5 t/m 8
Inzetten van de interventie ‘Connect Vloeiend lezen’ of ‘lezen op de wijze van
Ralfi’.
Braams, T. & Smits, A. (2006) Dyslectische kinderen leren lezen.
Amsterdam: Boom.
Materiaal van de methode Estafette
Materiaal van de methode Taaljournaal
Map Speciale leesbegeleiding van Luc Koning
Pravoo: techniek map lezen - Luc koning
Lettergroeplezen
Eerst goed, dan Snel
Wisselrijen
Flitskaarten
Diverse computerprogramma’s
Spelling in de Lift
vergroting spelling bewustzijn, toepassen spellingstrategieën en visuele
zelfcontrole
Opletkaartjes
Wanneer het plan van aanpak niet voldoende oplevert en aan de voorwaarden
voldaan wordt zoals beschreven in het masterplan dyslexie, kan de ib. na
toestemming van ouders de schoolbegeleidingsdienst consulteren over de
mogelijkheid van een dyslexie onderzoek.
Ouders vragen zelf het onderzoek aan via hun ziektekostenverzekeraar, in overleg
met de school. De school levert hiervoor het onderwijskundig rapport aan.
Vanaf 1 januari 2009
worden de diagnostiek en de behandeling van ernstige dyslexie vanuit het
basispakket van de zorgverzekering vergoed. De vergoedingsregel wordt
stapsgewijs ingevoerd in de periode t/m 2013(2009 7 of 8 jaar 2010 7, 8 of 9
jaar 2011 7 t/m 10 jaar 2012 7 t/ 11 jaar 2013 7 jaar of ouder). De vergoede
zorg geldt voor leerlingen met ernstige, enkelvoudige dyslexie. Dat wil zeggen
dat er bij deze leerlingen, naast dyslexie, geen sprake is van een of meer
andere (leer) stoornissen. Is dat wel het geval, dan hebben deze leerlingen
uiteraard recht op goede zorg, maar niet op de vergoede zorg in het kader van
deze regeling. Als ouders aanspraak willen maken op vergoeding van diagnostiek
en behandeling moet de school het leerling dossier leveren waarmee het vermoeden
van (ernstige) dyslexie wordt onderbouwd.
Meer informatie hierover is te vinden op
www.masterplandyslexie.nl
Daarnaast is er op 20 april 2006 door de scholen voor Primair Onderwijs (PO) en Voortgezet Onderwijs (VO) op Walcheren een dyslexieconvenant afgesloten. Hierin wordt de doorgaande lijn en de warme overdracht voor leerlingen met dyslexie en ernstige lees- en spellingproblemen geregeld. Door de Stuur- en Werkgroep Dyslexie Walcheren, bestaande uit docenten uit VO en leerkrachten uit PO, is gewerkt aan de verdere implementatie van dit convenant. Naar aanleiding van de bevindingen van deze werkgroep is er een nieuwsbrief samengesteld. Meer informatie hierover is te vinden op www.cswalcheren.nl
4.4. Handelingsgerichte Proces Diagnostiek (HGPD)
De schoolbegeleidingsdienst het Regionaal Pedagogisch Centrum Zeeland (RPCZ)
verzorgt leerlingbegeleiding via deze vorm.
In overleg met ouders kan gekozen worden voor deze externe begeleiding. Ouders
dienen daarvoor eerst hun toestemming te geven door het ondertekenen van een
formulier.
Er wordt gewerkt met een digitaal HGPD formulier, wat de basis vormt voor het
gesprek. Tevens dient het als verslaglegging van het actieplan en de voortgang
evaluatie. Het formulier wordt ingevuld door de leerkracht en/ of de ib. en
geeft overzicht en inzicht in de vraag over de leerling en de verwachting van de
leerkracht.
Tijdens het gesprek worden er kansen en handreikingen besproken en er worden
afspraken en doelen gemaakt voor een korte periode ( 4 a 5 weken ). De volgende
HGPD bespreking is er een voortgang evaluatie.
In deze benadering wordt systematisch naar het probleem en mogelijke oplossingen
gekeken.
Gelet wordt op: leerling kenmerken, omgevingskenmerken binnen de school en
omgevingskenmerken buiten de school.
Bij deze drie kenmerken wordt ingezoomd op belemmeringen, maar vooral ook op de
mogelijkheden en de kansen om tot oplossingen te komen.
HGPD daagt de leerkracht, de internbegeleider en de ouders uit om samen te
zoeken naar kansen. Deze kansen worden gebruikt om handelingsmogelijkheden
binnen de schoolsituatie, thuissituatie en vrije tijd op te stellen. Op school
leidt dit tot alternatief handelen van leerkracht en leerling. Het gesprek
resulteert altijd in concrete afspraken voor de komende periode.
4. 5. Leerling gebonden financiering
In het kader van Weer Samen Naar School en de wet op de Regionaal Expertise
Centrum (REC) kunnen we te maken krijgen met aanmeldingen van leerlingen met
leer gebonden financiering. In de volksmond kinderen met een rugzakje. Het
beleid hierop gaat de komende jaren waarschijnlijk ingrijpend veranderen.
Vooralsnog hebben we te maken met 4 clusters:
Cluster 1/ REC 1: visueel gehandicapten en blinde kinderen
Cluster 2/ REC 2: slechthorende kinderen, kinderen met ernstige
taal/spraakmoeilijkheden en auditief gehandicapte en dove kinderen
Cluster 3/ REC 3: meervoudig gehandicapte kinderen, langdurig zieke kinderen,
lichamelijk gehandicapte kinderen, verstandelijk gehandicapte kinderen
Cluster 4/ REC 4: kinderen met gedragsstoornissen, ontwikkelingsstoornissen en
psychiatrische problematiek
We vinden het
belangrijk dat kinderen leren omgaan met verschillen. Een kind met een handicap
moet voor zover dat mogelijk is, niet in een uitzonderingspositie komen.
In de teamvergadering wordt besproken of een kind geplaatst kan worden. We
streven ernaar dat het hele schoolteam achter dit besluit staat. We zijn ons er
van bewust dat niet ieder kind met een handicap geplaatst kan worden. Iedere
aanvraag zal goed bekeken en afgewogen worden.
Voorwaarden voor kinderen met een handicap om op de Bergpadschool geplaatst te
kunnen worden zijn:
-Er moet een goed contact zijn met de ouders/verzorgers. Zij zijn bereid
medewerking te verlenen bij activiteiten waarbij begeleiding van een volwassene
gewenst/noodzakelijk is c.q. mee te werken bij het vinden/verzorgen van deze
begeleiding (denk bv. aan een activiteit als bewegingsonderwijs).
-Het kind komt in aanmerking voor ambulante begeleiding.
-Het kind is zelfstandig/zelfredzaam.
-Het kind is ‘leerbaar’.
-Het kind kan in de groep op een zinnige manier aan het werk.
-Het kind is aanspreekbaar.
-Het kind is geen gevaar voor zichzelf of een ander.
-Het kind moet zich gelukkig kunnen voelen op school.
-De groep waar het kind geplaatst wordt moet dit aankunnen.
-De kwaliteit van de begeleiding is gewaarborgd.
-Met betrekking tot zaken als persoonlijke hygiëne, zindelijkheid en toediening
medicatie zijn werkbare oplossingen gevonden.
-Er worden haalbare doelen gesteld. Deze doelen worden regelmatig geëvalueerd en
indien nodig bijgesteld. Op grond van deze evaluaties worden besluiten genomen
t.a.v. de schoolcarrière van het kind.
Meer informatie over de verschillende clusters, aanmeldingsprocedures en
Ambulante Begeleiding is te vinden op:
www.speciaalonderwijs.kennisnet.nl
4.6. Langdurig
zieke kinderen:
Zie schoolgids
4.7. Aanmelding
Permanente
Commissie Leerlingenzorg (PCL)
De PCL is een onafhankelijke
commissie die onder de verantwoordelijkheid van het samenwerkingsverband
Walcheren valt.
Zoals genoemd is in hoofdstuk 2.5. kan het voorkomen dat een kind extra
aanvullende zorg nodig heeft (zorgniveau 5). Als na overleg met ouders en de
schoolbegeleidingsdienst blijkt dat een kind niet meer effectief begeleid kan
worden in het regulier basisonderwijs, kan overwogen worden om dit kind aan te
melden bij de PCL voor het verkrijgen van een toelaatbaarheid beschikking voor
het Speciaal Basis Onderwijs.
Een PCL kan pas wat ondernemen wanneer de ouders toestemming hebben gegeven.
De schriftelijke beslissing van de PCL wordt een beschikking genoemd. Een
beschikking kan een bepaald advies van (be)handeling zijn, een advies om een
andere basisschool te kiezen of een advies Speciaal Basis Onderwijs.
Bij de beschikking Speciaal Basis Onderwijs, kunnen de ouders overgegaan tot
aanmelding bij een school voor SBO op Walcheren.
Het kan ook voorkomen dat PCL wordt ingeschakeld als het gaat om leerlingen die
naar het Voortgezet Onderwijs (VO) gaan .Om in het VO extra hulp voor een kind
te kunnen realiseren, kan door de school voor VO een indicatie voor LWOO of
Praktijk Onderwijs worden aangevraagd.
Signaleren van leerlingen die behoefte hebben aan deze hulp gebeurt al op de
basisschool.
Binnen het Samenwerkingsverband VO is de afspraak gemaakt dat leerlingen die op
de Cito-Eindtoets 523 of lager scoren verplicht zijn deel te nemen aan het
hieronder beschreven traject.
Meer informatie hierover is te vinden op
www.pclswvo.nl
4.8.School
Maatschappelijk Werk (SMW):
zie schoolgids
Deel 5. Taken Intern Begeleider
De begeleidende taken:
Leiden van de
groepsbesprekingen en de leerling-besprekingen
Verslag maken van deze besprekingen en dit inbrengen in de vergadering
Aandachtspunten formuleren voor de begeleiding van een leerling binnen de groep
Observatie van kinderen
Nader onderzoek verrichten naar de gesignaleerde problemen van een kind, na
overleg met de betrokken groepsleerkracht
Remediërend materiaal aandragen voor gebruik in de groepen
Contacten met externe betrokkenen onderhouden (samen met betrokken
groepsleerkracht)
Aanleveren van het onderwijskundig rapport voor de (door de ouders) aanvraag van
een dyslexieonderzoek en of ‘rugzak’
Aanmelding/terugmelding
formulieren invullen samen met de groepsleerkracht, voor de zorgcommissie/PCL
Klassenconsultaties uitvoeren
Coachen en begeleiden van de leerkrachten
Ondersteuning bij het voeren van oudergesprekken
Netwerkbijeenkomsten WSNS bijwonen en de teamvergadering hierover informeren
De coördinerende taken:
Bewaken van de
voortgang van de leerlingenzorg
Goede dossiervorming bewaken: afspraken maken over de inhoud van de
groepsmappen
groepshandelingsplannen, verslagen en het leerlingvolgsysteem in Parnassys
De contacten met ouders van leerlingen die individueel begeleidt worden, samen
met de groepsleerkracht bewaken
Opstellen van de toetskalender
Bewaken van het toetsen, observeren en registreren binnen de groepen en waar
nodig actie ondernemen
Zich op de hoogte houden van signalerend, diagnosticerend en remediërend
materiaal en voorstellen doen naar de teamvergadering t.a.v. de aanschaf en
gebruik ervan
Zorg dragen voor deze, op school aanwezige materialen (Orthotheek )
Opstellen van zorgplan
Het coördineren en begeleiden van de HGPD
Het coördineren en begeleiden van kinderen met dyslexie en of van kinderen met
een ‘rugzak’
Het coördineren van het spreekuur van SMW bij ons op school.